Zigeunerin

Zigeunerin

We zijn in het appartement van het verzorgingstehuis. Als we om ons heen kijken zien we een bonte verzameling van schilderijtjes en verzamelobjecten van hoofdzakelijk poezen. We zien ze terug op schilderijen, als beeldjes en knuffels en afgebeeld op vele vazen en bekers.

Wat ons het meeste opvalt is een prachtig schilderij met de afbeelding van een zigeunerin met een poes aan haar voeten. “Die heb ik zelf gemaakt” zegt de oudere dame niet zonder trots. We herkennen in de vrouw op het schilderij de vrouw die zij ooit was. Later in het gesprek geeft ze aan dat deze afbeelding op de voorkant van haar rouwkaart moet komen te staan.

Haar hobby’s waren talrijk. Ze schilderde, ging naar volksdansen, las veel en ging vroeger regelmatig naar het theater. Het volksdansen deed ze tot op zeer hoge leeftijd en dan het liefst op Klezmermuziek (Joodse bruiloftsmuziek).

Ze blijkt een vrouw te zijn met een groot rechtvaardigheidsgevoel en ze vind het belangrijk om mee te denken en te beslissen in onderwerpen die haar aan het hart liggen.

Het gesprek voelt vertrouwd maar tegenstrijdig tegelijkertijd.

Een goed ogende en welbespraakte vrouw die ongeneeslijk ziek is en samen met ons het gesprek aan wil gaan over haar komende afscheid. Ze laat niets aan het toeval over en is duidelijk over haar wensen.

“Ik wil witte rozen op een witte kist!” In het vormgeven van haar afscheid kan zij nog de regie nemen en daarin is ze duidelijk en overtuigend.

Een paar weken later nemen we afscheid van deze markante vrouw in een witte kist met prachtige witte rozen. En aan haar voeten… haar allerliefste poezen knuffel.

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on whatsapp

Andere verhalen

Daar wilden de vier zussen bij hun overleden moeder zijn. “Het Boshuisje” met een intieme opbaarruimte omgeven door de rust en schoonheid van de natuur.In de kleine zitkamer naast de openhaard, kwamen de herinneringen, de tranen, maar ook de gliml...
“Ik kom net uit het ziekenhuis. Mijn vader is onverwachts overleden en we weten niet wat we moeten doen”. Uit de woorden klinkt wanhoop en ongeloof. Als we naar haar huis toe gaan, ontmoeten we ook haar moeder en in de uren dat we met elkaar prate...